vrijdag 3 augustus 2018

Van de National Parks naar de kust



Afgelopen nacht hebben we in een cabin geslapen en dat is toch even wennen na een aantal nachten buiten. De nachten zijn betrekkelijk fris en zo’n cabin is van hout en veel warmer dan een tent, dus dat is transpireren in de slaapzak. Maar alles went zegt Renée, behalve een vent en dat als grapje natuurlijk. Om half zes sta ik op om de laatste hand aan de Blog van gisteren te leggen, maar het internet laat me in de steek. Nu ik toch uit de veren ben begin ik met wat herrie te maken zodat Renée kan ontwaken. Zo weet ik een ding zeker: het geplande tijdstip van 7 uur vertrekken halen we op deze manier ruimschoots. Het wordt een tripje van een uur of 6 met ook nog een tijdzone erin.
Wat we al weten is dat het niet de meest enerverende rit wordt van deze vakantie. Het gaat in het begin nog door het NP Jasper en NP Robson, maar dan staan er 200 km vrij saaie weg op het programma. Alleen maar bossen en niet al te veel uitzicht. Maar het kan niet altijd feest zijn moeten we maar denken. Om acht uur zijn we in Jasper en doen ons tegoed aan een heerlijke kop koffie met uiteraard een paar stukjes hashbrown. Dat gaat er wel in. Het koffie-en ontbijthuis van Tim Hortons is afgeladen met mensen die hier hun ontbijt komen scoren. De meeste hotels serveren dat niet. Maar voor ons is het verzenden van de Blog belangrijker dan het ontbijt omdat het internet het hier goed doet en redelijk snel is. Dan de tank vol en richting de uitgang van het park. Na een half uur moet ik boven op de rem als vlak voor onze auto ineens een beer opduikt en de weg over steekt. Ik schrik er behoorlijk van en alles wat achter in de auto lag ligt nu voor in! We hebben in totaal nu vier beren gespot, maar de laatste speelde een gevaarlijk spelletje met ons door zo vlak voor de auto over te steken. Maar het loopt met een sisser af dus de reis gaat verder met af en toe een toegift van pluvius ( regen)en dat hoort er ook bij. Om 12.10 uur zijn we bij de camping in Clearwater. Het is eigenlijk geen stad maar een gigantisch groot kruispunt met een shopping mall en diverse koffiehuizen en tankstations. Soms moet je het 100 km zonder service doen, dus les één: houd de tank goed gevuld.
De camping ligt ten opzichte van Vancouver heel gunstig, dus tegen de avond staat hij afgeladen vol. Het is ook echt noodzakelijk alles van te voren te boeken anders stoot je gegarandeerd je neus. Gisteren hebben we voor de laatste 14 dagen van onze reis alles minutieus gepland en geboekt zodat we niet voor verrassingen komen te staan. We gaan overmorgen naar Kamloops, dan naar de stad Vancouver, vandaar twee dagen naar Seattle, dan drie dagen Mount St Helens en tenslotte naar Cascade Locks ten oosten van Portland waar we afsluiten met twee dagen in Portland City. Zo zie je maar, een goede reisleider laat niets aan het toeval over !!


Soms zon en af en toe een bui !!



Nadat we Jasper verlaten is het nog 75 km naar Hinton, een plaats net buiten het NP Park aan de oostkant. Hier gaan we een paar dagen bijkomen van de escapades van de laatste weken. Veel dingen doen en zien is een slopende bezigheid en dan moet je voor jezelf op een gegeven moment zeggen: “Nu even op de rem en een kleine relax periode inlassen”. Bij het naderen van de stad, zo’n 10 km ervoor krijgen we nog even een lading split op onze auto. Ze zijn het wegdek aan het renoveren dus één baan van de tweebaansweg wordt onderhanden genomen. Er staan borden dat we vooral rustig moeten rijden. Dit werkt bij de meeste Canadezen niet helemaal zoals het zou moeten. Met hun overigens gewoonlijk nette rijstijl slaan nu de stoppen door en denken zij zo snel mogelijk wegwezen hier en gaat het gas erop. Met als gevolg een geweldige douche van grind op de auto en vooral de voorruit krijgt het zwaar te verduren. Met angst rijden we de laatste km naar de camping. Gelukkig blijft alles heel maar ik heb wel een natte rug van angstzweet.
Als we ingecheckt zijn krijgen we een plaatsje aangewezen. Een hoffelijke werknemer brengt ons naar de plaats met zijn golfkarretje. Daar aangekomen blijkt dat er al een tent staat. Omdat we recht hebben op een eigen plaats vraagt de golfkar begeleider of we even willen wachten met opbouwen van onze mega tent van 2,3 kilo. Hij verdwijnt spoorslags naar de receptie om verhaal te halen wie er op onze stek staat. Inmiddels zijn we zelf ook een beetje gaan kijken en dan blijkt dat er hier een vrij ingewikkeld systeem is van het markeren van plaatsen. Bij ons is het meestal “tussen de paaltjes” is van u. Maar hier staan de paaltjes juist precies midden op het perceeltje en dat vergt iedere keer om uitleg en zaait onnodig verwarring. Bij terugkomst van de golfkar berijder krijgen we spontaan een nieuwe plaats aangewezen met een riante uitleg hoe we ons perceeltje moeten indelen en na een half uur kunnen we aan de slag met het inrichten van ons kamp. Volgens ons moet er een eenvoudiger systeem te bedenken zijn. We zien later bij iedere nieuw aangekomen kampeerder dat het misloopt en steeds is de verwarring groot. Maar wij zijn niet de chef maar gast en daar gedragen we ons ook naar.

Vandaag moet het voor ons een rustdag worden om alles weer eens te reorganiseren. Want leven uit twee opengeklapte koffers levert soms wat verwarring op. Er komen bijvoorbeeld keukenspullen tussen de kleding en dat is nou niet de bedoeling. Maar eerst gaan we op weg naar een meertje waar veel bevers moeten zitten. Het is een km of vier rijden. We rijden eerst een keer of drie fout voor we de juiste stek hebben gevonden. We parkeren de auto en gaan op zoek naar de bevers. We zien wel wat beverburchten maar geen spoor van onze vriendjes. Na een uurtje houden we het voor gezien en gaan terug naar de camping. Er is nogal wat onweer voorspeld en dan kan je maar het beste in de buurt zijn want wind en hagel doen in deze regio flink mee. Net als we ons met een goed boek en een glaasje rood hebben neergezet komen de eerste druppels en verschijnt er aan de horizon een inktzwarte lucht met geweldige lichtflitsen van weerlicht. Snel zoeken we de eetspullen bij elkaar en brengen die naar de ruimte midden op het kampeerterrein die als keuken dienst doet. Daar kunnen we onze maaltijd bereiden.
En dan gaat het los met een enorme lichtflits gevolgd door harde wind met regen en hagel. Ik wil nog even een sprint trekken om de tent een beetje te beschermen maar beland voorover met mijn neus in het gras. Een scheerlijntje over het hoofd gezien! Snel kruip ik de tent in om daar het eerst halfuur niet meer uit te kunnen vanwege de regen en hagel. Zo kan ik gelijk de tentstokken wat steunen zodat ze niet als lucifers afbreken. Om ons heen gaat hier en daar een tentje plat en schieten luifels los. Als het wat droger wordt kan ik als een verzopen kat terug naar de keuken en gaan we daar de zelf geïmproviseerde pastamaaltijd koken en daarna lekker smullen. Net als we in bed liggen begint het opnieuw te regenen en dat stopt niet meer voor de volgende ochtend 10 uur.





We halen de binnentent met slaapspullen eruit en krijgen die droog in de auto. De buitentent laten we staan. We wachten met het afbreken daarvan totdat het wat droger is. Zelf gaan we naar McDonald's voor het ontbijt en maken dan gelijk de planning voor de komende twee weken. We stippelen de route uit en bespreken verschillende overnachtingsadressen.


Om tien uur is het droog en gaan we terug naar de camping. Ons buitententje is ook zo goed als droog. We pakken in voor vanavond want we hebben, heel luxe, een cabin en morgen rijden we richting British Columbia naar de plaats Clearwater.

woensdag 1 augustus 2018

Icefield Parkway

                               
                                     "Het landschap maakt reizen de moeite waard"
.
















                

dinsdag 31 juli 2018

Banff en Lake Louise.




We kunnen zelfs uitslapen vandaag. Het is maar nauwelijks anderhalf uur rijden naar de ingang van het NP Banff, dus beginnen we de dag heel relaxt met thee en het traditionele rozijnenbrood. Dat kunnen we namelijk een dag of wat vers houden zodat het ook nog te pruimen is. Maar na een uurtje zijn we reisvaardig en gaan naar Banff onderweg. Eerst nog een kop koffie bij deze keer de Subway, er was namelijk geen Mc Donalds te bekennen. Ook hier is de koffie lekker en het internet goed en meer wensen hebben we niet. Als we in de buurt van Banff arriveren is het toch wat zoeken naar het juiste pad wat naar de onze camping leidt. Uiteraard staan we eerst bij de verkeerde ingang. Het is namelijk een doolhof van campings  met ieder een eigen ingang. Die van ons heet Two Jack Main en we stonden bij Two Jack Lake. Het scheelt weinig maar deze camping was compleet afgeladen, hier was begin juni al geen plaats meer vrij. Vanaf 1 juni kun je boeken voor het nieuwe seizoen en op 3 juni is praktisch alles volgeboekt, dus op tijd erbij zijn is hier een must. We vinden snel de goede ingang en gaan ons instaleren op een geweldige plaats, midden in een sparrenwoud met allemaal prachtige gecreëerde plaatsjes, met uiteraard een eigen vuurplaats en ook nog gratis hout om te stoken. Je moet je wel aan strenge regels houden in verband met bezoek van de beren die graag een vorkje mee prikken. Alles wat maar naar eten ruikt kan in speciale containers of heel goed verpakt in de auto. Van stroom en internet is geen spoor te bekennen dus zijn we een paar dagen niet in beeld.
We gaan na de lunch richting Banff Town, Dat is ongeveer 10 km rijden, om eens te kijken wat er zoal te doen is. Druk zal het zeker zijn, het is zondag en aan het verkeer te zien is heel de provincie Alberta uitgelopen met dit stralende weer en dan zijn er ook nog de nodige toeristen die er ronddwalen. We vinden met geluk een parkeerplaatsje vlak in het centrum van de stad. Je mag er 2 uur gratis parkeren maar dan wegwezen, anders kost het je 250 dollar boete en er wordt streng op gelet.
We
Na een paar uurtjes zijn we klaar en gaan we naar een superminarkt voor wat aanmaak olie en hout en dan weer naar de camping, waar we vlak voor de ingang onze eerst echte zwarte beer spotten. Om hem goed te fotograferen zijn we net iets te laat maar we weten nu zeker dat alle waarschuwingen geen loze kreten zijn. Ze zijn erg echt en live.

Het is al behoorlijk wat drukker geworden op camping Two Jack Main en als ik om me heen kijk dan is de aanwas van jongeren met kleine tentjes groot. Ook de zes en achtpersoonstenten zijn aanwezig en aan de kwaliteit te zien is het een erg hoog Wal-Mart gehalte van 25 tot max 50 dollar per tent. Een groot gedeelte van deze jongeren heeft dan ook nog nooit gekampeerd maar omdat dit nu eenmaal de goedkoopste vorm van recreëren is zijn zij er in grote getalen. Alleen het opzetten van het spul werkt op de lachspieren. Het wordt iets minder gezellig als ze ook de smaak van een vuurtje maken gaan uitproberen. Dit loopt bij een aantal snel uit de hand en al snel zijn het vuren van twee meter hoog en dat in een gortdroog bos. De Ranger zien we dan ook regelmatig voorbij komen om de zaak in de gaten te houden. Dan de volgende categorie: zij komen pas tegen 10 uur in de avond als de meeste mensen al op een oor liggen en gaan dan even de tent opzetten. En dat lukt natuurlijk niet een, twee, drie en daarbij geven ze elkaar luidkeels aanwijzingen zodat inslapen een grote dobber wordt deze nacht. Ik vergeet ook nog te vermelden dat dichtslaan van portieren van auto's ook een dingetje is, vooral als je met twee auto's op een plaats staat en dat zijn dan 5 portieren x 10 keer open en dicht dat is vijftig keer een dreun die je vijf voetbalvelden ver hoort in dit gebied waar je normaal een speld kan horen vallen.
Tegen twaalven wordt het dan eindelijk een beetje rustiger maar om 5 uur staan ze weer op en begint het circus opnieuw, dus van nachtrust komt niet al teveel deze nacht.
Jammer, maar het is niet anders. Als je met ze praat hebben ze totaal niet in de gaten dat een tent geen muren heeft en dat iedereen alles hoort en ziet. De tijd zal het leren. Meestal staan wij op campings waar het wel rustig is dus passen we ook onze strategie van kamperen niet aan. We moeten dit toch maar voor lief nemen zonder teveel stress. We zijn tenslotte op vakantie.


Met ons dachten meer mensen:”Kom we gaan een dag naar Lake Louise”. Er is mega veel vakantieverkeer richting het Lake. Op de highWay worden alle grote vakantie vehikels al van de weg geplukt en naar een speciaal overloop parkeerterrein gedirigeerd en dan met de bekende gele schoolbussen naar Lake Louise gebracht. En dat al ‘s morgens om 8.00 uur. Wij nemen de gok en rijden richting het Lake maar al snel denken we dat we beter op het overloop parkeerterrein hadden kunnen gaan staan. Het zijn massa’s auto’s die naar boven rijden en van de vier parkeerterreinen die we langs komen is alles vol. Als we boven bij een van de laatste parkeermogelijkheden zijn aangekomen lijkt het dat we weer linea recta terug kunnen naar beneden. Maar hoop doet leven, we maken looping een stukje naar beneden en scoren hier een van de laatste plaatsjes! Top!! Het is een klein kwartiertje naar het turquoise meer lopen. Om half negen staan we aan de waterkant. Onvoorstelbaar wat een prachtige locatie. Er lopen ook een aantal wandelroutes langs het meer en ook een aantal die nog hoger de berg op gaan. Daar kiezen we er een van uit om weer eens een mooie Hike te lopen. Het is 3,8 km berg op, redelijk steil en boven zou er thee gedronken kunnen worden. Het aantal mensen die ook richting de top gaan neemt per kilometer af. We zien steeds meer puffende mensen die gevaarlijk rood aanlopen maar er zijn ook doorzetters die na vijf kwartier boven zijn en van een mooi uitzicht op Lake Agnes genieten, net als wij. Het theedrinken zat er hier even niet in. Voor ons staat een rij wachtende mensen voor de thee en de wc. Je staat minimaal een half uur in de rij.We nemen het zelf meegebrachte water en de koek en genieten op een bank in de schaduw van het uitzicht en de mensen. Na een uurtje dalen we af en komen nog steeds stijgende mensen tegen, terwijl ook de temperatuur richting kookpunt gaat waardoor zij het dus dubbel zwaar hebben. Om 13.00 uur zijn we terug bij de auto en staan onze parkeerplaats af aan de nog steeds wachtende mensen. Wij gaan terug naar Bannf en kijken daar nog wat rond. We kijken uit naar een ander hoogtepunt morgen: de Icefield Parkway. Volgens insiders een van de mooiste wegen ter wereld. En wie wil deze niet zien.












zaterdag 28 juli 2018

Calgary Down Town


Calgary Down Town




Het was niet al te koud vannacht en we hebben een uurtje of 8 liggen knorren als om half zes de buurman de auto start en besluit camping Calgary West te verlaten. Daarna is het slapen voor mij geen Issue meer. Na een paar keer draaien hou ik het voor gezien en besluit ook spontaan nog wat aan de Blog te werken en deze vroeg te posten, zodat de grote groep volgers de post op tijd in hun mailbox hebben. Dan eerst een ontbijt en daarna op zoek naar een station om met de trein naar de stad te gaan. Met de auto is dit geen optie want ook hier rijzen de prijzen de pan uit als je een beetje dichtbij het centrum wilt parkeren. De tip voor trein komt van de jongste bediende van de food store op de camping, in het dagelijks leven student en die weten meestal wel hoe je voordelig van a naar b komt. Op het station krijgen we hulp van een jongman, waarschijnlijk ook student, hoe je een voordelig kaartje uit de automaat kunt rammelen. Zo dat is ook gelukt. Reizen is niet moeilijk. Als je maar genoeg handlangers inschakelt kom je er vanzelf.
Nu nog even de vraag op het perron welke kant naar Down Town is en klaar zijn Renée en Thomas. Een minuut of 6 later rolt de trein binnen en gaan we zitten. Ongeveer 20 minuten later zijn we in het centrum. Als we uitstappen zijn we in de buurt van Medal Plaza waar in 1988 de gouden, zilveren en bronzen medailles werden uitgereikt aan de winnende deelnemers. We vinden op een bronzen plaquette de namen van Yvonne van Gennip, Jan Ikema, Gerard Kemkers en Leo Visser terug. Eigenlijk heel bijzonder. In die periode was ik werkzaam in het Marathonschaatsen en had veel contact met Egbert van het Oever, de toenmalige coach van Yvonne van Gennip. Best leuk om nog na te genieten van de fantastische prestaties van de atleten.


We gaan verder de stad te bekijken. Het is wel even wennen hoe het zit. Achter de kleine façades zitten hele shopping malls. Zo ga je bij Mc Donald naar binnen, je loopt dwars door zaak naar de andere uitgang en je staat zomaar in een enorm centrum met meer dan 50 winkels. We vervolgen onze tocht en belanden ineens in een Japanse reclame spot. Allerlei dames in originele kledij moet paraderen over een stukje wandelpromenade, begeleidt door een dame die op een soort viool wat “jank muziek” tevoorschijn tovert. Ongetwijfeld heel knap wat ze speelt maar net niet geschikt voor westerse oren denk ik. Het heeft nog al wat voeten in de aarde om de opdringerige massa op afstand te houden. Speciaal onze Aziatische mede toeristen mengen zich spontaan tussen de opname set met hun eigen camera's en zijn daar niet zo makkelijk weer af te krijgen.
In het kleine poosje dat wij er staan moest het een keer of vier over. Wel grappig om mee te maken. We gaan weer verder met onze rondtoer door de stad en belanden in Chinatown. Altijd leuk om daar rond te dolen en uiteindelijk ook wat te eten. Deze keer nodigen we een Vietnamees uit om voor ons wat te koken. Het is een klein inpandig stalletje waar ze in de rij staan om te bestellen. Als we aan de beurt zijn en wat bestelt hebben zie we een bordje op de toonbank “only cash”.
Verschrikt zegt Renée geen Canadese dollars te hebben. Een vriendelijke man die net afgerekend heeft wil ons wel uit de brand helpen. Hij spreekt redelijk goed Nederlands en blijkt hier al twintig jaar te wonen. Hij heeft ook nog een flatje in Rijswijk. Hij zegt:”Geef maar 10 US dollars dan krijg je van mij 20 Canadese dollars”. Dat is niet slecht, we verdienen zo snel 4 euro’s op deze wisseltruc. We bedanken hem hartelijk en gaan genieten van het beste Vietnamese broodje wat er in heel Calgary te koop is volgens de omstanders. Een mevrouw wijst ons er op dat er op de hoek ook een Vietnamese broodjeszaak is maar die heeft niets te doen. Dus was dit een goede deal op twee manieren!
We gaan weer terug het centrum in en genieten nog van een paar hoogtepunten die we zo links en rechts zien.



Een ervan is een enorm hoofd, gemaakt lijkt het, van betonijzer en daarna schitterend wit geschilderd. Je kunt er onderdoor lopen en er verder je eigen fantasie op loslaten. Het is gemaakt door de kunstenaar Jaume Plensa, een Spanjaard, tussen 2008-2012. Het heet ‘Wonderland’.
We gaan in een grote Mall naar een Starbucks voor een frisje dit keer en proberen gelijk nog wat aan de Blog te werken. We hebben geen stroom op de camping dus  wordt er een lijntje uitgegooid voor stroom. Het is heel normaal dat we daar de Starbucks een beetje voor verbouwen om bij de stopcontacten te komen

Niemand kijkt er van op, we kunnen rustig ons gang gaan. Na een klein uurtje hebben we de tekst klaar en ga ik me excuseren voor de tijd dat we de zaak hebben verbouwd en dat we gratis stroom hebben gebruikt. De eigenaar wuift al de excuses weg en vraagt of we nog koffie willen van het huis. We zijn echt verbaast over de gastvrijheid en bedanken hem hartelijk. Maar een paar minuten later staat hij ook nog eens met een paar heerlijke koeken voor onze neus. Met nogmaals bedankt gaan we een trein zoeken die ons terugbrengt bij onze auto. Het was weer zeer de moeite waard deze dag in Calgary.

PS
De foto's die we gebruiken zijn van de telefoon dus niet altijd even fraai,in Nederland komen de mooie foto's erin de bestanden van deze foto's zijn voor nu te groot. (Sorry).

Op weg naar Calgary



Cranbrook- Calgary.

Je hebt Motels en Motels, maar deze was van een uitzonderlijke klasse. Zelden hebben we in zo’n schoon onderkomen geslapen. Alles is tot in de puntjes schoon.
En ook nog een fantastische bed. De eerste kennismaking met Canada wat betreft Motels is een 10! Het is altijd een gok als je zoiets van een plaatje boekt. We hebben ook wel hele mooie plaatjes gehad maar dat bleken dan toch hele vieze kamers te zijn waar ik nog jeuk over mijn hele lijf van krijg. Maar Motel Almo in Cranbrook krijgt een 10 en niks minder.
Je merkt ook wel dat er een duidelijk verschil bestaat tussen de USA en Canada. Het land lijkt nog ruimtelijker dan de staten die we tot nu toe doorkruist hebben: Oregon, Washington en Idaho. Het is ook wel frappant dat we bij de eerste twee pompstations bot vangen. Ze zijn nog niet open en in de VS is 24 uur service gebruikelijk. Na de thee bij het zelfgemaakte ontbijt zijn we echt wel toe aan koffie, maar het duurt zeker nog 2 uur voordat het zover is.


De natuur waar we nu in rijden is van een onbeschrijflijke schoonheid. Dat kun je op papier nooit zo mooi omschrijven als dat je dat met eigen ogen kunt aanschouwen. Het is om er stil van te worden en ik overdrijf hier geen letter van. 20 tot 30 jaar droomde ik ervan het NP Banff en Jasper zelf een keer te zien en de vele tijdschriften en reisgidsen die ik las deden het water uit de mond lopen. En nu we er zelf zo dicht bij zijn is het bijna onwezenlijk en gaan we er optimaal van genieten.
Om acomodatie te vinden is ook een verhaal apart. Vanaf januari ben ik in de weer geweest om met ons tentje een paar dagen in Calgary te kamperen, maar rond die periode is dan alles al gereserveerd en zonder reservering geen plaats! Daar houden zij zich strikt aan, vooral in het weekend is het bijzonder druk. Op vrijdag barst het los en zondagmiddag vertrekt iedereen weer huiswaarts. Dus voor ons in het weekend geen verplaatsing, maar blijf zitten waar je zit.
Om half twee komen we aan op de camping ten westen van de stad Calgary. De camping ligt op een heuvel vlak naast het Olympia Park, waar in 1988 de Olympische winterspelen werden gehouden, met veel schaatsgoud voor de Nederlanders. Toch leuk om dat van dichtbij te zien. De ijshal is nog steeds in trek bij veel Nederlandse toppers.

Om half vijf gaan we nog een paar boodschappen halen en vragen aan een medewerker van de kampwinkel hoe we het beste bij een supermarkt kunnen komen. De uitleg is kort: een paar keer links en rechts af en je staat bij de supermarkt voor de deur. Het is maar vijf minuten rijden. Maar niet voor ons. We rijden eerst half Calgary in de rondte voor we de juiste afslag hebben gevonden. We merken maar weer eens dat afstanden hier anders geïnterpreteerd worden. De mensen zijn eraan gewend om ruim te denken, voor ons is het nog steeds even wennen.





donderdag 26 juli 2018

Canada +regen


Canada + regen

Het was een hele broeierige nacht, erg warm, dus veel geslapen heb ik niet.
Om half zes ben ik maar begonnen aan de Blog zodat de volgers op tijd de update kunnen lezen. Toch iedere dag leuk om een klein stukje van de reis te schrijven.
Het is ook niet zo moeilijk. Als je de ogen en oren de kost geeft dan zie je ieder moment wel iets aparts om te onthouden en op te schrijven. De twee nachten ver van de bewoonde wereld waren best aangenaam. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat je alleen via een satellietverbinding kunt communiceren en niet gewoon even een nummer intikken en je hebt iemand aan de lijn. Eigenlijk zijn we dat niet meer gewend.
Vandaag gaan we via de staat Idaho naar Canada. Het is alles bij elkaar 200 mijl naar de stad Cranbrook, de eerste grote plaats in de provincie Alberta. De weg erheen blinkt niet uit in geweldig plaveisel. Om de haverklap moeten we wachten omdat al het verkeer over één weghelft moet zodat je om de beurt mag rijden. Het repareren gaat ook moeizaam door de rotsachtige bodem en je ziet duidelijk dat de winter een duit in het zakje doet aan de schade van het wegdek. Na ruim 5 uur zijn we aan de grens met Canada en zijn we benieuwd hoeveel tijd de douane nodig heeft om ons binnen te laten. Er staan een tiental auto's en een paar trucs. Als we na een minuut of tien bij het hokje komen staat een vriendelijke beambte ons te woord en vraagt hoe lang we van plan zijn te blijven en waar we naar toe gaan. Dit is toch wel iets aangenamer dan de manier waarop zijn collega uit de USA dat vraagt, tenminste zo ervaren wij dat. We krijgen onze paspoorten terug en de opmerking dat we de ETA, een soort visum, niet hadden hoeven aanschaffen want die telt alleen als je per vliegtuig het land binnenkomt. Dat had ons toch zeven euro's gescheeld als ik wat beter had opgelet thuis. Ik krijg dan ook spontaan een reprimande om beter op te letten van Renée. Dan had deze fout niet zo'n groot gat in de vakantiebegroting geslagen 😉.Na een uurtje rijden zijn we bij het informatiecentrum waar men ons alles kan vertellen over de stad en de provincie. Dit gebeurt in alle rust en gemoedelijkheid. Het eerste wat je ervaart is dat Nederlanders geen vreemden zijn voor de Canadese mensen. Iedereen die we tot nog toe spreken kent wel een voormalig landgenoot van ons. In Cranbrook hebben we voor de eerste nacht ook een motel gereserveerd. We willen graag kamperen maar de camping van KOA in Cranbrook heeft geen tentplaatsen, vandaar dit Motel Als we dat aan de dame van de informatie voorleggen zegt ze meteen dat er ook nog een andere camping is, zelfs Down Town en gaat onmiddellijk bellen of daar nog een plaats beschikbaar is en dat kan: “Plaats genoeg” zegt ze. Maar nu komt de vraag of er nog een mogelijkheid is ons Motel te annuleren. Ze pakt spontaan weer de telefoon en belt om te vragen wat de voorwaarden zijn het in Motel. En wat we al dachten, dat moet 24 uur van te voren. Geen nood, op naar het Motel en inchecken. En als we net onze sleutel krijgen breekt de hel los boven Cranbrook. De eerste regendruppels sinds 10 dagen en gelukkig zitten we even niet in de tent.