donderdag 26 juli 2018

Canada +regen


Canada + regen

Het was een hele broeierige nacht, erg warm, dus veel geslapen heb ik niet.
Om half zes ben ik maar begonnen aan de Blog zodat de volgers op tijd de update kunnen lezen. Toch iedere dag leuk om een klein stukje van de reis te schrijven.
Het is ook niet zo moeilijk. Als je de ogen en oren de kost geeft dan zie je ieder moment wel iets aparts om te onthouden en op te schrijven. De twee nachten ver van de bewoonde wereld waren best aangenaam. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat je alleen via een satellietverbinding kunt communiceren en niet gewoon even een nummer intikken en je hebt iemand aan de lijn. Eigenlijk zijn we dat niet meer gewend.
Vandaag gaan we via de staat Idaho naar Canada. Het is alles bij elkaar 200 mijl naar de stad Cranbrook, de eerste grote plaats in de provincie Alberta. De weg erheen blinkt niet uit in geweldig plaveisel. Om de haverklap moeten we wachten omdat al het verkeer over één weghelft moet zodat je om de beurt mag rijden. Het repareren gaat ook moeizaam door de rotsachtige bodem en je ziet duidelijk dat de winter een duit in het zakje doet aan de schade van het wegdek. Na ruim 5 uur zijn we aan de grens met Canada en zijn we benieuwd hoeveel tijd de douane nodig heeft om ons binnen te laten. Er staan een tiental auto's en een paar trucs. Als we na een minuut of tien bij het hokje komen staat een vriendelijke beambte ons te woord en vraagt hoe lang we van plan zijn te blijven en waar we naar toe gaan. Dit is toch wel iets aangenamer dan de manier waarop zijn collega uit de USA dat vraagt, tenminste zo ervaren wij dat. We krijgen onze paspoorten terug en de opmerking dat we de ETA, een soort visum, niet hadden hoeven aanschaffen want die telt alleen als je per vliegtuig het land binnenkomt. Dat had ons toch zeven euro's gescheeld als ik wat beter had opgelet thuis. Ik krijg dan ook spontaan een reprimande om beter op te letten van Renée. Dan had deze fout niet zo'n groot gat in de vakantiebegroting geslagen 😉.Na een uurtje rijden zijn we bij het informatiecentrum waar men ons alles kan vertellen over de stad en de provincie. Dit gebeurt in alle rust en gemoedelijkheid. Het eerste wat je ervaart is dat Nederlanders geen vreemden zijn voor de Canadese mensen. Iedereen die we tot nog toe spreken kent wel een voormalig landgenoot van ons. In Cranbrook hebben we voor de eerste nacht ook een motel gereserveerd. We willen graag kamperen maar de camping van KOA in Cranbrook heeft geen tentplaatsen, vandaar dit Motel Als we dat aan de dame van de informatie voorleggen zegt ze meteen dat er ook nog een andere camping is, zelfs Down Town en gaat onmiddellijk bellen of daar nog een plaats beschikbaar is en dat kan: “Plaats genoeg” zegt ze. Maar nu komt de vraag of er nog een mogelijkheid is ons Motel te annuleren. Ze pakt spontaan weer de telefoon en belt om te vragen wat de voorwaarden zijn het in Motel. En wat we al dachten, dat moet 24 uur van te voren. Geen nood, op naar het Motel en inchecken. En als we net onze sleutel krijgen breekt de hel los boven Cranbrook. De eerste regendruppels sinds 10 dagen en gelukkig zitten we even niet in de tent.









Muggen,bijen en wespen!!


Muggen bijen en wespen!!

Vanmorgen zijn we al weer vroeg uit de veren. We nemen een lekker kopje thee en koffie en zijn daarna klaar voor een stevige wandeling rond de top van de Mount Spokane. We rijden rustig naar de slagboom waar we onze pas voor de parken moeten laten zien. En dan hebben we al gelijk een domper; mijn pas is wel voor alle grote parken in de USA geldig maar niet voor een State park, dus even 10 dollar uit de knip en dan mogen we door. We krijgen een kaartje mee met de wandelingen en klim paadjes in dit gebied. In een sukkeldrafje gaat het bergopwaarts en we parkeren de auto op de top om vandaar wat te wandelen en te genieten van het uitzicht. We zitten op 1750 m hoogte dus lijkt het uitzicht prachtig. We willen eerst even koffie maken en nog een stukje krentenmik eten en dan aan de wandel. Maar in het tempo dat we de koffie spullen op de tafel zetten brengen we deze in race tempo weer naar de auto. We worden bestookt door een horde steekvliegjes en bijen en weten geen raad hoe snel we weer in de auto moeten komen. Wat doen we hier vragen we ons af, dit is echt niet leuk. We besluiten de speciale anti muggen netten voor de dag te halen, de lange broek en een overhemd met lange mouwen aan te doen en dan nog eens een poging te wagen. Niet om koffie te zetten maar minimaal een klein stukje te lopen. We raken in gesprek met de monteur van de stoeltjeslift die daar bezig is en vragen hem of dat veel voorkomt zo'n horde beestjes. Dat wordt met een volmondig ja beantwoord. Maar zegt hij, ik heb wel een spray voor jullie, dan bijten ze niet meer en blijven uit de buurt. We mogen gelijk de spuitbus houden en gaan toch maar een stukje lopen en genieten van het uitzicht. Na een uur gaan we langzaam terug naar het dal en bij een supermarkt koffie scoren, die hebben we nog niet op.



Als we later bij de Lodge komen is er al een en al hoogspanning in de keuken. Om vijf uur komen de Hot Rod auto's, dat zijn fraai gerestaureerde auto's die maandelijks een tour door het gebied maken en aan het eind van de dag een vorkje meeprikken in een of andere lodge of restaurant. Als we na vijven beneden komen in het restaurant wordt meteen gevraagd of we ook mee eten van het buffet. Voor 18 dollar kunnen we aanschuiven en dat willen wij best.


Als we eerst de Hot Rod vrienden maar voor laten. Dat is prima zeggen wij, we kunnen buiten op het terras wachten. Dan komt eerst de dame, waarschijnlijk de vriendin van Sam de eigenaar, vertellen dat we toch wel van de kaart mogen eten omdat het buffet voor de autoclub mensen is. Dat was in eerste instantie onmogelijk omdat dan de keuken overbelast zou worden. Ook goed zeggen wij, we zijn niet zo moeilijk. Even later komen de twee meisjes van de bediening vertellen dat we ook best van het buffet mogen eten, dat is makkelijker voor de keuken. Ook best zeggen we, laat maar weten hoe laat we moeten aanschuiven en dat herhaalt zich nog driemaal. Het is dus chaos troef hoe je twee simpele zielen zoals wij moet inpassen in een groep Hot Rod vrienden. Dat dit uiteindelijk lukt is ons een raadsel maar de maaltijd is perfect en daar gaat het om.
We sluiten de dag af met nog een keer naar de top van Mount Spokane te rijden om de zonsondergang te zien. Gewapend met spray tegen de insecten en ook het hoofdnet gaat weer op. Het is niet de meest spectaculaire zonsondergang maar toch leuk om te zien. Morgen richting Canada!!



woensdag 25 juli 2018

Newport of Mount Spokane?


We beginnen met het aanschouwen van een tentenkamp vol met brandweerlieden die de nacht hebben doorgebracht op onze camping. Laat in de avond komen de laatsten terug van een brand op zo'n 10 mijl afstand, daar heeft het geweldig gefikt.
Het is ook hier al tijden gortdroog en dan zit een ongeluk in een klein hoekje. Zeven brandweerauto's en 25 brandweerlieden bewaken de boel hier. Ze slapen in kleine tentjes die naast de auto's staan.
Gelukkig hebben we er geen last van gehad. We vertrekken om een uur of zeven van de camping richting de Canadese grens naar de plaats Spokane en dan naar Newport. Daar vandaan is het nog ongeveer 2 uur rijden naar de grens met Canada. In Spokane stoppen we uitgebreid voor koffie en om de stad te bekijken. Het is alweer ongelooflijk heet dus lang in een stad rondhangen doen we niet. We kijken nog snel bij het waterpark en gaan dan naar Newport. De camping ligt aan een meer en is van het model groot. We hoeven niet eens uit te stappen, alles wordt aan het autoraampje in orde gemaakt en we worden daarna met het traditionele golfkarretje naar de plaats begeleid. We krijgen een vrij grote plek, maar alles is er scheef aan en het is toch wel lekker op een beetje vlakke ondergrond te liggen. Renée loopt terug naar de receptie om te kijken of we soms een plaats kunnen opschuiven geen 207 maar 206. Als ik nog eens goed rondkijk zie ik om de twee bomen een enorme wespenvanger hangen met daarin al honderden van die goudgele rakkers. Ik schrik en loop ook naar de receptie om dit met Renée te overleggen. Een steek van een wesp kan voor Renée hele vervelende gevolgen hebben en het vakantieplezier aardig vergallen. We vragen aan de dame achter de balie of het heel erg is met de wespen dit jaar en krijgen als antwoord: het is bijna augustus en dan zijn er traditioneel veel van die goudgele rakkers. Kunnen we misschien een cabin krijgen vragen we, want in de tent lijkt ons geen optie met zoveel visite van wespen op onze plaats.
Na wat zoeken in de computer kunnen we wel een cabin krijgen voor twee nachtjes maar “we hebben hier alleen maar de luxe versie” zegt de dame en die kost 300 dollar voor de twee nachten exclusief tax. Dat lijkt ons wat veel en gelukkig kunnen we onze reservering kostenloos annuleren want ze begrijpt het probleem. We vertrekken en rijden naar de plaats Newport om via internet een kamer te zoeken. En dat valt nog tegen, in de hele omgeving vinden we twee lodges waar we nog terecht kunnen, voor de rest is alles volgeboekt. We besluiten Bear Creek lodge aan de Mt Spokane te reserveren, dat betekent wel weer 30 mijl de verkeerde kant uit rijden, maar alles beter dan lek gestoken door de wespen. We gaan op weg, het is zeker wel een uur rijden hoog de Mountains in. We vinden het wel leuk om weer eens een dag te gaan hiken in plaats van rondzeulen in een bloedhete stad.
Bij aankomst bij de Bear Creek Lodge zit alles op slot. We zien binnen wel enkele lampen branden maar voor de rest geen beweging. We lopen rond de lodge en vinden een deur die open is en gaan al roepend naar binnen. Maar we krijgen geen enkele reactie. We kunnen ongestoord het hele pand door sjouwen maar geen eigenaar te vinden. Opeens krijg ik een bericht van Sam, de eigenaar, via email dat hij aan het inkopen is in Spokane en om half zeven bij de lodge kan zijn. (Het is nu net vijf uur) We krijgen ook twee telefoonnummers van Sam en kunnen hem bellen, maar op onze telefoon geen enkel signaal van een telefoonmaatschappij, dus dat lukt niet. We sturen Sam een mailtje dat we geen verbinding kunnen maken en dan blijkt dat je een satelliet telefoon nodig hebt in dit gebied en anders niet kunt communiceren.
Uiteindelijk brengt een werknemer van Sam de oplossing.


Hij kan ons in de kamer laten en nu hoeven we geen anderhalf uur meer voor de deur rond te hangen. Het enige wat we niet begrijpen is dat we volgens de boekingssite “de laatste kamer” in deze lodge hebben geboekt van de 40 die er zijn maar er is geen spoor te bekennen van andere gasten. Zouden ze allemaal een dagje zijn gaan hiken of was het een stuntje van Hotels.com?
Om half zeven is Sam terug uit de bewoonde wereld en gaat voor ons kip met friet maken, heerlijk. We praten wat bij en maken samen met Sam een plan om morgen naar de top van Mt Spokane te gaan. Sam kan niet mee, hij moet koken voor 80 gasten die morgen hun Hot Rod komen showen en gelijk een stukje eten. We gaan naar bed, morgen weer een dag.


          

maandag 23 juli 2018

Op naar de State Washington




23/07/2018

Redmond- Ellensburg 220 mijl

Om 06.45 rijden we van de camping richting het noorden naar de grens met de staat Washington. Daar drinken we koffie en checken gelijk de post even. Hier blijkt dat onze blog niet door iedereen goed wordt ontvangen en dat is niet leuk want ik weet het niet zo snel op te lossen.
We rijden vandaag een stuk snelweg waar regelmatig aan de weg gewerkt wordt. De borden aan de kant van de weg geven heel duidelijk aan dat er van de tax die de Amerikanen betalen aan de overheid flink wordt gebuffeld en dat we vooral niet de suggestie moeten hebben dat de Dollars verkeerd worden uitgegeven!! De reis gaat langs eindeloze graanvelden en je moet zorgen dat je tank altijd vol is. Er zijn stukken bij waar je in 80 km geen pomp meer tegenkomt. In de dorpen die we passeren is alles nog in diepe rust en het lukt dan ook niet de eerste twee uur om maar een halve dollar uit te geven aan een bakje troost. Over de temperatuur hoeven we ons nu geen zorgen meer te maken. We zien de meters gestaag oplopen naar ruim 30 graden en dat is duidelijk meer dan wat we aan de kust hebben gevoeld. Dus nu heb ik weer een slaapzak te veel, maar misschien is dat wel beter voor hetgeen nog komen gaat. Hoog in de Canadese Rockies kan het weer nodig zijn om de lange onderbroek weer aan te schieten. Het laatste stuk naar Ellensburg is het al druk. We stoppen nog even bij een tourist office voor een kaart van de staat Washington en krijgen gelijk een verhaal van ongeveer 3 kwartier hoe blij de gemeenschap is met ons bezoek. De mensen die we spreken kijken ons aan of we van Mars komen en zijn uitermate gastvrij. Als ze horen dat we ook naar Canada gaan, vertellen ze tot onze verbazing dat ze daar zelf nog nooit geweest zijn en dat terwijl het nog maar ongeveer 200 mijl rijden is.
Om 13.30 uur komen we aan bij de camping waar we de nacht zullen doorbrengen. We worden allerhartelijkst ontvangen door een dame die ons uitgebreid uitleg geeft van waar we alles kunnen vinden. Ook vraagt ze of we begeleiding naar de plaats willen die we zelf vanuit het kantoor zien liggen. We zeggen dat het wel lukt om zelf de plek te vinden en krijgen ook nog een plattegrond van de camping mee waar “onze plaats’ duidelijk omcirkeld is.
We vertrekken nadat de dame ons ook nog gezegd heeft dat we maar moeten bellen als we iets nodig hebben. Bijvoorbeeld ijs kunnen ze zo naar onze plaats brengen, dan hoeven wij die 50 meter niet te sjouwen :)

De plaats op zich is heel fraai alleen staan er nog 3 sproeiers te spuiten die wanhopig hun best doen om vooral de kleur van wat ooit groen gras is geweest weer in die staat terug te brengen. En dat betekent dat we op onze plaats voorlopig nog even geen tent kunnen plaatsen. We gaan op zoek naar iemand met een baco die de sproeiers uit kan zetten. Na vijf minuten komt er al iemand aan geraced in een golfkarretje om de massa water het zwijgen op te leggen en uiteraard krijgen we duizend excuses voor de overlast en mochten er nog meer probleempjes zijn mogen we gerust weer even bellen is de boodschap van de behulpzame host.  Het is zo knetter heet vandaag dat na een kwartier onze hele plaats al weer droog is en kunnen we beginnen met opbouwen.


zondag 22 juli 2018

Redmond, Sisters en Bend


Om half zeven ben ik klaar met slapen en al aardig in het ritme. We hebben besloten om vandaag wat rond te kijken hier in het dal. Ten eerste gaan we na het ontbijt naar een meertje wat op ongeveer 7 mijl van de camping ligt. Er liggen nog vier campings om het meer. Deze zijn weliswaar heel summier ingericht met een aantal wc’s en hier en daar een kraantje, maar het is bewaakt. Je betaald 15 dollar aan een wacht en je kunt er eindeloos genieten van de stilte en de rust. Vliegvissen is een geliefde bezigheid en uiteraard laat niemand de barbeque thuis om avonds lekker te grillen.
Na het ritje langs het meer gaan we op zoek naar koffie. In de plaats Redmond belanden we bij Mc Donalds en nemen koffie en ook nog een “ontbijtje” wat we wel samen delen. Alleen is het veel te veel en hoef je voor de rest van de dag niet meer te eten. Uiteraard nemen we de digitale post door en gaan dan even een bezoek aan de buurtsuper brengen waar we wat rijst kopen voor vanavond.






Nu opweg naar Sisters op zo’n 20 mijl afstand van Redmond. Deze plaats doet denken aan Volendam en Marken. Het is één lange winkelstraat waar ook het drukke weekend verkeer doorheen wordt geperst. Het ziet eruit als een Westernfilm met houten huizen en fraaie gevels, uiteraard van hout. We parkeren de auto en gaan op onderzoek uit en bekijken de etalages waar een gigantische partij prullaria en kitsch bij elkaar is verzameld. Dat moet uiteraard aan een de massa toeristen worden gesleten.
Echt koopziek zijn wij niet en we krijgen ook geen trillende handen om daarmee de kredietkaart te trekken. Er is ook nog een markt waar de Lions hun waar proberen te slijten maar ook hier blijft de card op zak. De plaats op zich is leuk ingericht. Bijna alle toeristen besluiten er even rond te kijken. Wij houden het voor gezien en gaan op pad naar de volgende plaats: Bend.




Na een half uur belanden we bij een giga grote Mall met wel vijftig winkels met per stuk de afmetingen van een een voetbalveld. Je kunt er makkelijk een week doorbrengen maar dat doen we niet. We kiezen er en paar uit en vereren deze met een bezoek. Ook hier blijft de card in de pocket. Slechts een dollar wordt er verbrast aan een diadeem om het haar van Renée een beetje fatsoenlijk bij elkaar te houden. Dan op naar het centrum van Bend. Het is een stad met 80.000 inwoners en met een paar mooie parken die het aanzien meer dan waard zijn. Met veel moeite vinden we een parkeerplaats maar wel in het hart van de stad. We staan precies voor de deur van een Birkenstock schoenenzaak. Uit de verkeersborden die er staan maken we op dat het parkeren gratis is, maar je mag er niet langer dan twee uur staan. Maar hoe weten ze nu dat je er al twee uur staat? Moet je een parkeerkaart neerleggen? Renée vraagt het na in de schoenenzaak en hoort daar dat je er twee uur gratis mag staan maar dan is het noodzaak om weg te wezen. Er wordt op een of andere manier scherp gecontroleerd en de boete is 98 dollar, dat is niet mis. Na een rondwandeling gaan we bij Starbucks een ijskoffie drinken en daarna terug naar onze auto. Renée wil nog even bij de Birkenstock schoenenzaak kijken en uiteraard loop ik met haar mee om de nodige adviezen te geven.




Zo ben ik dan ook wel weer. Renée vindt er niks maar zelf schiet ik wel in de roos: een paar sandalen van Keen met een stevige neus is precies wat ik zoek. Nog even passen en vragen of de korting klopt die er opstaat, het is namelijk het laatste paar en dan aantrekken, de card trekken en gaan! Al met al toch weer een TOPDAG.





Dag 2



Vandaag is er een voormalig Indianen reservaat aan de beurt In dit reservaat is een grote dam gebouwd waar ze in 1956 een begin mee hebben gemaakt. Nu levert het stroom aan een groot deel van de bevolking. De rivier die door het reservaat stroomt is de White Water River en deze mondt uit in Lake Simtustus. Het is een geliefde plek bij de toeristen die hier hun speedboten met honderden PK’s komen uitlaten in het weekend. Op de campings staan buiten de enorme vakantie trailers ook nog eens boottrailers die iedereen meezeult om het recreëren maar zo aangenaam mogelijk te maken. Als je genoeg dollars te besteden hebt dan ben ik de laatste die daar moeite mee heeft.
Wat wel opvalt zijn de sobere woningen in het gebied. Simpele houten huizen die ze van de ene op andere dag weer kunnen verlaten of afbreken en op een andere stek weer opbouwen. Er staan huizen die keurige tuinen hebben, maar ook huizen waar van de laatste honderd jaar alle troep in de tuin is gezet. Er zijn ook opvallend veel wrakken van auto’s die nog op restauratie staan te wachten, naast splinternieuwe pick-ups.
We genieten van het uitzicht als we vanaf boven de enorme kloof inkijken waar de rivier doorstroomt, met steeds op de achtergrond de huisberg, Mount Jefferson van ruim 3500 meter hoogte en nog stevig bezet met ijs. In de winter kan er wel tot 20 meter sneeuw vallen.


Na twee uur is het koffietijd vinden wij. We belanden aan het eind van het meer bij een speedboot annex camping verhuurder met een gezellig terras waar we een kleine koffie bestellen. En het blijkt maar weer eens dat niet alleen de trailers en speedboten groot zijn maar ook het bakkie koffie heeft afmetingen die je het komende uur op je kruk houdt en drie keer een wandeling naar de wc bezorgt. Alles is groot maar dat wisten we al. Als we iets bij de koffie bestellen nemen we er bij voorbaat overal maar één van en dat niet uit oogpunt van zuinigheid maar het is anders veel te veel voor ons twee kleine mensjes.




Op de terugweg gaan we nog op bezoek op de plaats waar de dam is gebouwd. De Round Buttedam is de officiële naam. Er loopt en wat ouder iemand in het infocentrum die de wetenswaardigheden vertelt. Wat opvalt zijn het grote aantal roofvogels wat hier rondvliegt en zich te goed doet aan de vissen uit het meer en rivier.

We naderen weer de bewoonde wereld en gaan vast inkopen doen voor het eten vanavond en dan terug naar de camping. Daar is het intussen een stuk leger dan vanochtend toen we weggingen. Het is zondag en het weekend zit er weer op voor de meeste Amerikanen. We werken nog wat aan de blog en gaan de boel vast wat ordenen voor het vertrek van morgen. Op naar de staat Washington.         

vrijdag 20 juli 2018

Naar het binnenland van Oregon.


20/07/2018


Naar het binnenland van Oregon.

We zijn nog niet helemaal in het ritme van de USA, daarom vanavond nogmaals een beetje tijd rekken om morgen weer iets fitter te zijn. We hebben 9 uur tijdsverschil met Nederland en dat poets je niet in een nacht of drie weg.
Een klein likeurtje en dan onder de wol, dat is het beste medicijn lijkt ons.
We hebben inmiddels ook nieuwe buren die nog lekker bij het fiks opgestookte houtvuur blijven zitten maar ik kan niet wachten om lekker in mijn nieuwe slaapzak te duiken. Alles wijst er op dat het ook deze nacht weer een frisse bedoening gaat worden met de stevig doorstaande noorden wind. Diep onder de wol probeer ik tot 10 te tellen maar bij tel 6 ben ik reeds in comateuze toestand. Ook van Renée heb ik niets meer vernomen, tot ik om een uur of half vier flink geluid hoor van onze buren. Er wordt schijnbaar naar een uurwerk gezocht wat niet één twee drie voor handen is. Er gaat een kleine orkaan door de tent en aan een vrolijke kreet te horen is een tijdmachine gevonden. Gelijk wordt er aan de hele tent gevraagd (ze zijn met z’n vieren en hebben kennelijk nog nooit gekampeerd en zijn nu voor het eerst op pad met de nieuwe tent) om meteen maar even een plasje te gaan doen. Een half uurtje ritsen dicht en weer open doen doet het goed zo om een uur of vier in de nacht. En dan volgt er nog gesnurk van een uur of anderhalf wat neer komt op het omhalen van 4 hectare bos. Dus besluit ik om kwart voor zes de handdoek in de ring te gooien en mijn overigens heerlijke warme slaapplaats te verlaten. Ik ga me bezighouden met het aanstaande vertrek. We moeten vandaag toch nog wel een paar mijlen onder de wielen door zien te krijgen.
Om precies kwart voor zeven rolt onze bolide de uitgang uit richting het binnenland van Oregon. Het is nog redelijk rustig op de weg en na anderhalf uur gaan we aan de koffie. Uiteraard voor mij een heerlijke koffie mocca bij de Starbucks. We vervolgen onze reis met nog 150 mijl voor de boeg wat er op neer komt dat het nog zeker een uurtje of vier sturen is. Inmiddels is het verkeersaanbod veel groter. Het wordt weekend dus gaan de mensen massaal recreëren. Alle campers en RV vehicles komen de straat op. We hebben ook geleerd dat, als je een plekje hebt op een camping in het weekend, je niet meer moet verkassen want dan stoot je vaak je neus. Vol is vol en dan moet je soms nog uren zoeken om wat te vinden.





We stoppen nog een keer voor de thee voor we het laatste stukje gaan doen naar Redmond. Om 13.00 uur zijn we op onze nieuwe stek, zetten onze tent weer op en gaan even naar de supermarkt. Klaar is het voor vandaag, het weekend kan beginnen.





donderdag 19 juli 2018

Toertje langs de Paciffic Ocean

Donderdag 19/07/18



We beginnen de ochtend met een Amerikaans ontbijt. Waarom zelf koken als je bij Mel's  een ontbijt kunt kopen staat op een groot bord buiten een heel klein loket.
Mel heet Linda zie ik op haar naambordje als ze het luikje openschuift.
Ze vraagt wat ik wil hebben en is een beetje teleurgesteld als ik alleen twee Belgische wafels wil met stroop. Geen gebakken eieren met spek erbij? Geen koffie of thee of pannenkoeken? Echt alleen twee wafels??? Ja Mel / Linda, dat is echt genoeg.
Nadat ik afgerekend heb zegt ze dat het 5 tot 10 minuten zal duren en ze schuift het luikje weer dicht. Even later komt een andere campinggast die een enorm ontbijt inclusief eieren met spek, 2 pannenkoeken, een sapje en koffie besteld. Hij krijgt zijn sapje en koffie en over 10 minuten komt de rest.
Alsof iedereen bedacht heeft nu te gaan ontbijten komen er ineens veel meer mensen aangelopen. Mel / Linda neemt de bestellingen in ontvangst en rekent af. Haar man is van het bakken van de eieren en pannenkoeken. Van de wafels moet hij afblijven dat is haar taak!
De wafels gaan per stuk en als er één klaar is wordt die keurig op een bordje geplant, folie erover en wachten op de volgende. De wachttijd voor de steeds maar groeiende rij bestellingen is intussen opgelopen tot 30 minuten!
Dan na ongeveer een kwartier zijn alle twee mijn wafels klaar. Keurig afgedekt met folie inclusief twee bakjes warme siroop kan ik terug naar de tent. Daar zit Thomas al enigzins blauw van de kou te wachten met warme thee. Hij heeft het zo koud omdat hij thuis de keus gemaakt heeft een extra dunne slaapzak mee te nemen. Dat scheelt natuurlijk in het gewicht, maar heeft als consequentie dat de slaapzak ook niet zo warm is. Hij heeft de hele nacht liggen bibberen en wil nu toch echt graag een goede warme slaapzak. Ik heb nergens last van gehad in mijn donzen slaapzak die gelukkig wél door de keuring kwam qua gewicht! Dus op naar een Walmart!




We rijden naar de kust van de Paciffic Ocean. Geen Walmart te bekennen! Thomas is al bang weer zo'n koude nacht te moeten ondergaan, maar gelukkig is er redding.
Er blijkt wel een Bi mart te zijn, een soort Action voor camping spullen. En ja hoor, voor $29,95 moet het goed komen vannacht! Met een beetje geluk kan deze slaapzak ook nog mee terug naar Nederland en anders gaan we kiezen wat we achter laten.
Toevoeging van Thomas:
Het fijne van deze acties is dat ik nu twee slaapzakken heb voor de komende 30 dagen. En stel en dat weet ik zeker, dat er nog warme nachten komen, dan zal ik mijn luchtige slaapzak níet beschikbaar stellen voor mijn mede tentgenoot die de hele nacht heeft liggen kraaien in haar warme donzen slaapunit. Dat alles zal de sfeer niet bedervenen. We gaan vol goede moed beginnen aan dag twee van de toer langs de Paciffic Ocean.